Met Kap en Koord, februari 2016

Nieuwe toekomst kapucijnenklooster Breda in de maak

Er wordt hard gewerkt aan een nieuwe toekomst voor het kapucijnenklooster in Breda. Dit ruim 125 jaar oude rijksmonument ligt in het centrum van de stad. Een initiatiefgroep van zes mensen wil onder de naam ‘Het Klooster’ het gebouw een “maatschappelijke toekomstbestemming”geven. Er moet een woon- werkgemeenschap komen voor 12 tijdelijk daklozen die hulp krijgen “om weer een plaats in de maatschappij te verwerven”. Het project zal zich financieel moeten bedruipen door activiteiten zoals het bieden van vergader- en meditatiefaciliteiten, het vervaardigen en verkopen van tassen en appeltaarten en het exploiteren van een theetuin en een dagmenumensa. Nu nog zijn de kapucijnen, die het klooster twee jaar geleden verlieten, eigenaar van het gebouw. De initiatiefgroep hoopt over een tweetal jaren op eigen benen te kunnen staan. Tot die tijd betalen ze de kapucijnen een schappelijke gebruikersvergoeding.

Initiatiefgroep

Aanvankelijk was het de bedoeling dat de Emmausgroep uit Langeweg, gevestigd in het vroegere kapucijnencomplex daar, van het Bredase klooster een nieuwe, zelfstandige Emmausvestiging zou maken. De grote kringloopwinkel, een dependance van Emmaus Langeweg, aan de Veilingkade in Breda zou daar dan onderdeel van worden. Dat bleek onhaalbaar, omdat Emmaus Langeweg de inkomsten uit hun winkel aan de Veilingkade niet kan missen. Daarom besloot een initiatiefgroep van mensen die al in het Bredase klooster woonden op eigen kracht verder te gaan. Ze hopen op termijn met hun woon- en werkgemeenschap alsnog als Emmausvestiging geaccepteerd te worden. Mogelijk is verder ook dat de kleine zelfstandige Bredase Emmauswinkel, die vlakbij het klooster aan de Haagdijk gevestigd is, op den duur onderdak vindt in het klooster.

De harde kern van de zeskoppige initiatiefgroep die het kapucijnenklooster in Breda nieuw leven probeert in te blazen bestaat uit kwartiermaker en organisator Paul Brockhus en het beheerdersechtpaar Fons de Weert en Pia de Weert-Schouwenaars, alle twee geboren en getogen in Langeweg. Fons werkte vele jaren als opmaker in de dagbladwereld. Dankzij zijn grafische expertise zien de nieuwsbrieven, pamfletten, affiches en brochures waarmee ‘Het Klooster’ aandacht voor zijn plannen vraagt er attractief en professioneel uit. Het was voor de laatste twee kapucijnen die tot januari 2014 in het Bredase klooster woonden (de broeders Harry Hendriks en Jan Snijders) een troostrijke gedachte dat Pia een telg uit de familie Schouwenaars bleek. Die familie was nauw verbonden met de kapucijnen in de tijd dat zij in Langeweg hun klooster en kleinseminarie hadden.

De initiatiefgroep prijst zich gelukkig dat ze bijgestaan worden door nu al 25 vrijwilligers. Zij helpen een handje bij de huishoudelijke exploitatie en instandhouding van het klooster en met name ook bij het onderhoud van de grote ommuurde tuin. Twee jaar na het vertrek van de kapucijnen ligt alles er piekfijn bij. De oude schilderijen van kapucijnse coryfeeën zijn vervangen door kleurrijke, abstracte schilderijen van Fons de Weert en de kerkbanken en de antieke kasten in de spreekkamers zijn verdwenen . In de hal echter hangt een houten reliëfbeeld van Franciscus. En in de tuin staat, behalve een Heilig Hartbeeld, ook nog het beeld van de kapucijnenheilige Broeder Koenraad van beeldhouwer Charles Vos. Pronkstuk van de ommuurde tuin met veel oude bomen is de aan het ‘tuinonkruid’ Zevenblad, bijgenaamd Tuinmansverdriet, ontworstelde Lourdesgrot met vijver. Specialisten van de gemeente, die alle bomen in de tuin inventariseerden en van merktekens voorzagen, zijn er lyrisch over.

Taarten en tassen

Voor het klooster in Breda écht op eigen benen kan staan is er nog een lange weg te gaan. De initiatiefgroep is zich daar bewust van: “Het klooster en de tuin zijn rijksmonument, beschermd stadsgezicht en archeologische vindplaats. Vandaar dat er een lange adem nodig is om de woon- en werkgemeenschap te realiseren. Een verandering van het bestemmingsplan en een horecavergunning zijn nodig voor theetuin en buurtmensa. Gelukkig maakten de kapucijnenorde en de gemeente mogelijk dat we al met enkele bedrijfsactiviteiten van start konden gaan.” Daarmee wordt gedoeld op de exploitatie van vergader- en meditatieruimtes voor groepen tot 40 mensen; met bescheiden catering. Om wat te verdienen worden er zogeheten Labé-tassen verkocht. Die worden door Emmaus Spanje gemaakt van afgedankte zeilachtige reclamedoeken. Sinds afgelopen december is er in de vroegere cursuszaal van het klooster een ambachtelijke taartenbakkerij. Per dag kunnen in deze ‘zorgbakkerij’ zo’n 65 appeltaarten gebakken worden. Dat gebeurt door vrijwilligers onder wie mensen die moeilijk aan werk kunnen komen of een lichte handicap hebben. De taarten worden onder de naam ‘Appeltaart van Het Klooster’ aan de man gebracht. Het project, dat een investering vergt van € 70.000,- is mede gefinancierd door de uitgifte van renteloze ‘sociale certificaten’ van €250,- per stuk met een looptijd van drie jaar.

Circus in de kerk

Een wel heel speciale activiteit in de vroegere kerk van het kapucijnenklooster luistert naar de naam ‘Residentie circustheater’. Het idee is om circus- en theatergroepen met de gewezen kloosterkerk als oefenruimte en de kloostercellen (kamertjes) als logies de mogelijkheid te bieden tot meerdaagse repetities. Het spits werd een paar maanden geleden afgebeten door een drietal circusartiesten uit Frankrijk en Duitsland (Camilla Toyer, Maya Peckstadt en Liv Knoch), afgestudeerd aan de Rotterdamse circusschool Codarts. Zij kwamen er hun show ‘System of a Mechanical Assembly’ instuderen. Dat leidde tot veel publiciteit en mooie foto’s in de pers. De kapucijnen, die hun kloosterkerk in 1889 in gebruik namen, zullen dit kerkelijk hergebruik niet voorzien hebben. Toch waren zij in hun tijd niet wars van volkse uitbundigheid. In 1925 bijvoorbeeld toverden ze hun kerk om tot een soort religieuze feestzaal. Dat was ter herdenking van het feit dat de eerste kapucijnen 300 jaar eerder (1625) in Breda aankwamen. Hun eerste verblijf duurde maar kort. Twaalf jaar later werden ze door Frederik Hendrik, die tijdens de Tachtigjarige Oorlog in 1637 Breda op de Spanjaarden veroverde, de stad weer uitgezet. In 1887 kwamen de kapucijnen terug om daar aan de Schorsmolenstraat een klooster te bouwen dat ze tot 2014 bewoonden en waarvoor nu een nieuwe toekomst in de maak is.

Piet van Asseldonk

2016-03-28T12:01:51+00:00